Onze professionals

Maak hier kennis met onze experts op het gebied van Münchausen by Proxy. Zij hebben zich aangesloten bij Stichting Herbezinning om bij te kunnen dragen aan de missie van de stichting. Onze experts zullen hiervoor toegankelijke artikelen schrijven over de problematiek rondom Mbp en hun kennis ten aanzien van dit onderwerp delen.


Prof. Dr. H.A. Neumann   LEES MEER


PROF. DR. H.A. (MARTINO) NEUMANN:

“Na mijn studie geneeskunde heb ik mij verdiept in de immunologie bij de INSERM Pessac-Bordeaux en mij vervolgens gespecialiseerd in de dermatologie. In 1983 ben ik gepromoveerd. Gedurende 12 jaar ben ik als dermatoloog verbonden geweest aan het St. Lambertusziekenhuis in Helmond en het St. Willibrordusziekenhuis in Deurne. Als voorzitter van de medische staf was ik nauw betrokken bij de fusie van beide ziekenhuizen tot het huidige Elkerliek Ziekenhuis.”

“In 1992 ben ik benoemd tot hoogleraar dermatologie. In die hoedanigheid was ik een tiental jaren hoofd van de afdeling dermatologie in Maastricht en vervolgens heb ik tot mijn emeritaat diezelfde functie vervuld in het Erasmus MC te Rotterdam. Al die tijd heb ik veel wetenschappelijk onderzoek gedaan, gepubliceerd en promovendi begeleid. Patiëntenbelang en patiëntenzorg heeft altijd mijn grote zorg en belangstelling gehad. Via bevriende hoogleraren ben in aanraking gekomen met de problematiek rondom Münchausen by proxy en de doelstellingen van Stichting Herbezinning. Ik hoop met mijn kennis en kunde daaraan een bijdrage te kunnen leveren.”


Mr. J.T. Willemsen   LEES MEER


MR. J.T. (JOS) WILLEMSEN:

“Als advocaat sta ik sinds 2012 verschillende families bij die zijn geconfronteerd met de beschuldiging Münchausen by proxy. Vaak wordt er vanuit een gebrek aan expertise en de wens om snel zaken te verklaren veel te snel doorgeschakeld. Met voor ouders en kinderen rampzalige gevolgen: strafrechtelijke vervolging en uithuisplaatsing, te vaak zonder (goed) bewijs.”

“Hoewel het gelukkig vaak lukt om zaken achteraf recht te zetten, is er dan al veel ellende aangericht. Mijn betrokkenheid bij Stichting Herbezinning komt dan ook voort uit de wens voor verbeteringen in de gehele medische en juridische keten, zodat zo min mogelijk families in de toekomst dergelijk vermijdbaar leed hoeven mee te maken.”


Mr. F. van der Reijt   LEES MEER


MR. F. (FRANS) VAN DER REIJT:

“Als advocaat en later als kinderrechter heb ik veel zaken gezien waarin ouders tekortschoten in hun opvoedingstaken en waar ter wille van de veiligheid van de kinderen stevig moest worden ingegrepen. Vrijwel altijd was er sprake van onvermogen, zonder de opzet om het kind iets aan te doen. Beschuldiging van Münchausen by proxy houdt echter het verwijt in van opzettelijke beschadiging van het kind en dat is het ergste dat je een ouder kunt aandoen.”

“Als een dergelijk geval niet alleen jeugdrechtelijk maar ook strafrechtelijk wordt opgepakt is de ellende helemaal niet meer te overzien. Gegeven het feit, dat de ‘stoornis’ Münchausen by proxy (bij de ouders) zelden voorkomt, past grote terughoudendheid bij het stellen van die diagnose. Deze mag pas worden gesteld op basis van een grondig, multidisciplinair onderzoek, waarna ook pas maatregelen mogen worden genomen. Ik onderschrijf van harte het streven van Stichting Herbezinning om verbetering tot stand te brengen in de wijze waarop met Mbp wordt omgegaan.”


Prof. Dr. P.J. van Koppen   LEES MEER


PROF. DR. P.J. (PETER) VAN KOPPEN:

“Ik ben psycholoog en sinds 2003 hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Maastricht. Daarvoor werkte ik van 1978 tot 1992 aan de juridische faculteit van Rotterdam en was ik hoofdonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving. Van 1998 tot 2003 was ik hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit van Antwerpen. Ik ben lid van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen en ik ben jarenlang co-editor geweest van het wetenschappelijke tijdschrift Psychology, Crime and Law. Daarnaast heb ik talrijke uiteenlopende adviseurschappen vervuld ten behoeve van politie en justitie en heb ik een groot aantal publicaties en boeken op mijn naam staan, waaronder over bewijsproblematiek in strafzaken. Daarvoor ontving ik meerdere prijzen en onderscheidingen in binnen- en buitenland. Ik ben in meer dan 500 zaken opgetreden als getuigendeskundige, vooral met het oog op de beoordeling van de waarde van verklaringen van zowel verdachten als getuigen en de kwaliteit van bewijs.”

“Mijn stiel is bewijs in strafzaken. Juist op dat punt kennen Münchausen by proxy-zaken nogal eens een probleem. De zaken die ik van dichtbij zag, begonnen allemaal met een vermoeden van een arts dat in het daaropvolgende, vaak paniekerige overleg uitgroeide tot een zekerheid. En dat gebeurde dan allemaal zonder dat iemand er nog eens bij stil stond of de mishandeling van het kind nu werkelijk had plaatsgevonden of niet. Op grond van het vermoeden en alles dat daarop was gegrondvest, werd op een vergaande manier in het gezin ingegrepen. Dat gaf die zaken een kafkaëske strekking. Dat trek ik mij aan. Niet alleen in het strafrecht maar ook in het familierecht mag de overheid slechts ingrijpen als daarvoor voldoende bewijs is. Dat is een van de kernen van onze rechtstaat.”


Dr. M.W.M Akkerman-Zaalberg van Zelst   LEES MEER


DR. M.W.M. (MARGA) AKKERMAN-ZAALBERG VAN ZELST:

“Als klinisch kinder- en jeugdpsycholoog heb ik in mijn praktijk diverse ouders meegemaakt die ervan werden beschuldigd hun kind te hebben mishandeld als gevolg van Münchausen by proxy (Mbp). De onderbouwing was steeds onbetrouwbaar en leek vooral een gelegenheidsdiagnose van de artsen: men kon de klachten van het kind niet verklaren, dus Mbp. Daarbij viel het mij op, dat nooit geprobeerd was een psychologische verklaring te vinden voor de terugkerende klachten van het kind.”

“De classificatie Münchausen by proxy kan niet zonder een grondige psychologische analyse van het kind en zijn omgeving, ter eventuele verklaring van de fysieke klachten en het vragen van aandacht hiervoor. Dat dit nauwelijks gebeurt vind ik een ernstige tekortkoming, terwijl de consequenties van een Mbp-melding voor de betrokkenen afschuwelijk zijn. Die worden niet alleen geconfronteerd met zeer ingrijpende jeugdrechtelijke maatregelen, maar worden meestal ook wegens verdenking van mishandeling als verdachte betrokken in een strafzaak. Met mijn betrokkenheid bij Stichting Herbezinning hoop ik een bijdrage te kunnen leveren aan een verbetering van deze situatie.”


Prof. Dr. Ir. M.J.C. van Gemert   LEES MEER


PROF. DR. IR. M.J.C. (MARTIN) VAN GEMERT:

“Ik ben van huis uit natuurkundige, in 1969 in Delft afgestudeerd en in 1972 gepromoveerd in Leiden. Via het Philips Natuurkundig Laboratorium ben ik in de medische fysica terechtgekomen, eerst als klinisch fysicus in het St Josephziekenhuis in Eindhoven, daarna tot mijn emeritaat 10 jaar geleden als hoofd van het lasercentrum van het AMC, vanaf 1990 als hoogleraar medische lasertoepassingen. Verder heb ik ruim 300 wetenschappelijke artikelen geschreven.”

“In 2017 kwam ik in onze persoonlijke omgeving in contact met een gezin waarvan hun toen 1 jaar en 4 maanden oude zoontje uit huis was geplaatst, omdat hij onvoldoende zou groeien doordat zijn moeder hem als gevolg van Münchausen by proxy (Mbp) bewust ondervoedde. Aan de hand van de beschikbare gegevens van het gewichtsverloop van het jongetje viel op betrekkelijk eenvoudige wijze vast te stellen, dat hij groeide als kool, thuis nog beter dan in het ziekenhuis. Daarop ontstond een discussie met de kinderarts, die een chronisch te laag gewicht als gevolg van koemelkallergie niet kon onderscheiden van een fenomenale inhaalgroei. Aan de hand van een computerprogramma kon worden aangetoond, dat de groeicurve van het jongetje op totaal onjuiste wijze was geïnterpreteerd en dat van ondervoeding, laat staan Mbp, geen sprake was.”

“Het jongetje is nu bijna 4 jaar, groeit goed en maakt het ook overigens uitstekend! Naar aanleiding van deze zaak heb ik inmiddels gepubliceerd in American Journal of Case Reports en Annals of Biomedical Engineering. Mijn activiteiten rondom dit gezin en de samenwerking daarbij met professionals uit andere disciplines hebben bijgedragen aan de oprichting van deze stichting. Ik hoop van harte dat we ons doel zullen weten te bereiken en ik zal mij daar ten volle voor inzetten.”

Dr. Sauer

Prof. Dr. P.J.J. Sauer   LEES MEER

Dr. Sauer
PROF. DR. P.J.J. (PIETER) SAUER:

“Na mijn opleiding tot kinderarts in het Sophia Kinderziekenhuis/Erasmus Universiteit Rotterdam (1974-1978) ben ik aldaar tot 1997 aan de afdeling kindergeneeskunde verbonden geweest. Van 1982 tot 1984 werkte ik in het Hospital for Sick Children, Toronto, Canada. In 1986 werd ik benoemd tot Hoogleraar in de Kindergeneeskunde, in het bijzonder de neonatologie. Van 1997 tot mijn pensionering in 2011 was ik Hoogleraar Kindergeneeskunde en afdelingshoofd kindergeneeskunde van het Beatrix Kinderziekenhuis/UMC Groningen.”

“Van 1984 tot 1996 was ik lid van de Gezondheidsraad en van 1999 tot 2013 was ik lid van het Centraal Tucht College voor de Gezondheidszorg. Thans ben ik nog lid van de Board of Trustees van de Nutricia Research Foundation. Gedurende mijn gehele loopbaan was de voeding en groei van het pasgeboren en jonge kind mijn aandachtsgebied, zowel de optimale voeding en groei als afwijkingen daarin. Ik was (mede-)auteur van meer dan 250 internationale publicaties en promotor van meer dan 40 promovendi.”

“Zowel tijdens mijn werkzame leven als na mijn emeritaat 2011 heb ik te maken gehad met gevallen waarin ten onrechte tot Münchausen by proxy was gediagnosticeerd. Veelal was die diagnose gebaseerd op het feit dat men geen medische verklaring had kunnen vinden voor de ziekteverschijnselen van een kind. Op basis van een dergelijke, onterechte, diagnose volgden vaak zeer ingrijpende jeugdrechtelijke maatregelen, tot uithuisplaatsing aan toe. Zowel voor het kind als voor het hele gezin waren die gevolgen desastreus.”

“Ik zet mijn kennis en ervaring graag in om de situatie rondom Münchausen by proxy te verbeteren. Zo heb ik in het aprilnummer van Medisch Contact 2018 bepleit dat in geval van een vermoeden op het bestaan van Münchausen by proxy, de casus door een tweede, onafhankelijke kinderarts moet worden beoordeeld om zoveel mogelijk de kans op een onterechte diagnose Münchausen bij Proxy te verminderen.”